Er is belangrijker leed dan Holleeder

(Opiniepagina papieren + digitale Volkskrant d.d 25 october 2011)
De trammelant rondom de verfilming van de Heineken-ontvoering, de ‘nieuwe’ aanwijzingen van schuld in oude politiedossiers (in het recent verschenen boek De liquidatiedossiers) en de recente ‘herinneringen’ van de kroongetuige Peter la S. in het zgn. liquidatieproces (Passage) maken alles rondom Holleeder en de zijnen onderhand tot een stomvervelende operette. Maar ook het Openbaar Ministerie en de luie en onderbuik behagende media dragen hier hun steentje aan bij.
Waar gaat het allemaal om? Een tiental verdachten staat al enige jaren(!) terecht voor een dozijn liquidaties in de Nederlandse onderwereld. Goed beschouwd gaat het hier om een clubje criminele middenstanders die een ander model van conflictbeheersing hanteren dan hun equivalenten in de bovenwereld. Op zich is die methodiek een interessant fenomeen, dat ik criminologen van harte ter studie aanbeveel. Ik las er nog niets over.
De middelen van justitie zijn schaars. Er is meer misdaad dan justitie. Daarom moet goed worden beredeneerd waar de vervolging op wordt gericht. Op zijn best komt dat neer op een weloverwogen ‘korte klap’ om paal en perk te stellen daar waar het uit de hand loopt. Voorbeelden: de vastgoedfraude en de grote mensenhandel-zaken. Daar kiest het Openbaar Ministerie duidelijk voor prioriteiten naast het afdoen van de alledaagse criminaliteit, of die nu groot of klein is.
Bij het kiezen van die prioriteiten speelt de schaal van de ‘maatschappelijke ergheid’. Ofwel, hoe erg moet het zijn, hoe veel last ondervindt de samenleving van bepaalde criminaliteit? Dat vergt gedegen onderzoek en een bestuurlijke visie; is bijvoorbeeld pedoseksualiteit erger dan seksslavernij in de prostitutie? Winkelovervallen erger dan gegraai van bankiers?
Dan nu liquidaties in de onderwereld, hoe hoog scoort dat op de ‘maatschappelijke ergheidsschaal’? Wie heeft daar last van, behalve de nauw betrokken verwanten? Leidt het tot onderdrukking, uitbuiting of trauma’s voor onschuldige slachtoffers? Is er zo veel crimineel geld mee gemoeid dat - bij legale aanwending - hele bedrijfssectoren door valse concurrentie worden gecorrumpeerd? Het antwoord is neen. Wat nog niet betekent dat liquidaties onder boeven in een gedoogzone mogen worden geparkeerd. Want daarvan hebben we er al te veel. Maar kort gezegd: er zijn ‘ergere’ inbreuken op de rechtsorde dan een rijtje liquidaties in het criminele milieu.
Men kan zich afvragen of alle inspanning en geld, die nu in het liquidatieproces worden gestoken, in het licht van bovenstaande wel een verstandige investering zijn. Dit strafproces duurt nu al bijna drie jaar en er is nog geen einde in zicht. Openbaar Ministerie en advocatuur wedijveren alsmaar in het opvoeren van nieuwe getuigen die ondermeer de betrouwbaarheid van weer andere getuigen in een kwaad daglicht moeten stellen. Het resultaat is een eindeloos gemier en juridisch-processuele haarkloverij, die de modale toeschouwer al lang het zicht heeft ontnomen op waar het nu eigenlijk over gaat.
Dit is mede het gevolg van de inzet van een kroongetuige (‘Vieze Peter’), die in ruil voor belastende verklaringen over mede-verdachten, zelf een lagere strafeis koopt. Dit is en blijft, zoals te verwachten, een bron van dispuut over zijn wenselijke beveiligingsniveau en andere afkoopvoorzieningen. De hoofdlijn zou toch moeten zijn dat met boeven géén zaken wordt gedaan. Alleen als we te maken krijgen met Zuid-Italiaanse mafiatoestanden als liquidaties van burgermeesters en officieren van justitie, zou naar het extreme middel van de kroongetuige mogen worden gegrepen. En dat is hier niet het geval.
Het lijkt er op dat Openbaar Ministerie, advocatuur en misdaadjournalistiek in een merkwaardige symbiose zijn beland om over de zaak van Holleeder en consorten maar niet uitgewerkt en uitgeschreven te raken. Men voedt elkaar en men neemt van elkaar af. En samen bouwt men aan een mythe van ‘grote criminelen’ die veel onheil hebben veroorzaakt en belangrijke historie hebben geschreven in de vaderlandse misdaadgeschiedenis, zo lijkt het wel. Kan de Nederlandse criminologie dit beeld niet eens corrigeren? Van de ‘misdaadjournalistiek’ hoeven we het niet te verwachten.
En het Openbaar Ministerie dat zich in deze publiciteitsval heeft laten meesleuren? Het zou het geld en energie verslindende liquidatieproces beter kunnen stoppen. Een succesvolle afronding wordt steeds fragwürdiger. Het OM kan zijn schaarse energie beter inzetten op kwesties die minder glamour, maar meer maatschappelijk rendement opleveren. In opper er drie.
1. De ontwrichtende werking van het geïnvesteerde criminele geld dat wordt verdiend in diverse ‘gedoogzones’ (o.a. drugs, heling en prostitutie);
2. Toenemende aanwijzingen dat een groot gedeelte van de prostitutie in wezen moderne seksslavernij betreft;
3. De onverbeterlijke graaizucht binnen het financiële stelsel en aanpalende sectoren.
Het ware te wensen dat dit soort materie eens in de Nederlandse onderbuik terecht komt.
Archie Barneveld,
Hoofdredacteur Crimelink
Barneveld
Archie Barneveld is hoofdredacteur van Crimelink Magazine.

