Scheldkanonnades op de luchtplaats

Op vrijdag 12 december 2003 werd ik overgebracht naar P.I. Almere-Binnen. Aanvankelijk zou ik naar de Bijlmerbajes gaan, maar er was in die periode sprake van een enorm cellen-tekort. De eerste dag al werd ik geconfronteerd met een welhaast ongelooflijk toeval: eveneens op de begane grond en 2 cellen van de mijne verwijderd bleek de stiefvader van Barry te huizen. Binnen 24 uur had hij zo'n beetje het hele HvB tegen mij opgezet met sterk opgeklopte verhalen en zelfs leugens als dat ik zijn 8-jarige zoontje zou hebben verkracht en hem tot allerlei seksuele handelingen zou hebben gedwongen.
Zijn zoontje zou bang voor mij zijn geweest en verschrikkelijk hebben geleden en meer van dergelijke heerlijk in het gehoor liggende stemmingmakende nonsens-beschuldigingen. Zijn acties hadden echter wel het beoogde effect. Er werden spreekkoren en scheldkanonnades op de gang en op de luchtplaats hoorbaar. Er tikten steentjes tegen mijn raam en voor mijn celdeur werden allerlei angstaanjagende bedreigingen geuit dat men de sleutels uit de bewakerspost zou gaan jatten en mij vervolgens uit mijn cel zou trekken voor een `specifieke' daderbehandeling. De situatie werd onhoudbaar en ik meldde me aangeslagen bij maatschappelijk werk voor een spoedoverplaatsing. Men kon daar echter na het weekend pas mee aan de slag en intussen werden de bedreigingen en scheldpartijen steeds heftiger. Zelfs 's nachts hield Barry’s stiefvader mij ermee uit mijn slaap.
De angst en zenuwen maakten mij paranoia, ik hoorde zelfs dingen die feitelijk onmogelijk waren, zoals een luidruchtig telefoongesprek 's nachts in zijn cel met zijn vriendin, de moeder van Barry. Het onderwerp laat zich raden. Ook hier kwam ik mijn cel niet af en ik liep met mijn eetbestek in mijn achterzak, voor het geval dat men in mijn cel wist door te dringen. Ik dood? Een of meer van jullie gaan mee... schoot er steeds door mijn hoofd. Uiteindelijk kon ik deze zoveelste herhaling van hevige stress niet meer aan en ging onder de douche staan, met medeneming van mijn inrichtings-scheermesje.
Lange tijd zat ik onder de vrij warme douche en hoorde alle herrie en geschreeuw op de gang aan, waarvan ik dacht dat het meeste op mij betrekking had. Alles overdenkend en hevig gestresst kwam ik maar tot één conclusie: ik wil niet langer bij deze wereld horen. Deze wereld, zó hard, zó gevoelloos, zó egoïstisch, zó begriploos ook voor elkaar, zó ver afstaand van mijn opvattingen over innerlijke- en uiterlijke schoonheid, oprechtheid en geluk. Ik had het plastic scheermesje zo goed en zo kwaad als het ging gedemonteerd en sneed er verschillende keren mee in mijn pols en arm. Er volgde geen slagaderlijke bloeding zoals ik had verwacht, maar het gaf wel een branderige pijn, terwijl het bloed zich met het douchewater vermengde en een plasje op de vloer vormde.
Ik had geduld... zolang het maar bleef bloeden zou het eindresultaat hetzelfde zijn. Maar omdat inrichtingsmesjes beveiligd zijn en het scherpe deel voornamelijk door plastic wordt omvat, waren het geen diepe sneden die het mesje veroorzaakte. Het bloeden werd minder, zodat ik nogmaals enkele inkepingen naast de vorige maakte en zelfs het mes van mijn bestek erbij pakte. De laatste was echter zelfs te bot om een boterham mee te snijden... Het bloeden ging gestaag door, maar het zou op deze wijze een langdurige kwestie worden. Daarom ging ik een laken pakken. Mijn celmuren, het raam, de televisie en het beddengoed waren klam of vochtig van de condens. Ik zat immers al urenlang onder de stromende douche. Ik draaide het laken tot een zo dun mogelijke `kabel' en zocht tevergeefs naar een hoger bevestigingspunt. Het andere uiteinde knoopte ik alvast rond mijn nek en ik zocht naar alternatieven in de doucheruimte.
Op dat moment ging mijn celdeur open en een geüniformeerde man trof mij in deze wanhopige en verwarde situatie aan. ‘Allemachtig, wat ben jij aan het doen? Ik geloof niet dat ik later had moeten komen hè? Kom op man, doe dat ding van je nek en kleedje aan. We gaan je hier weghalen’, zei hij. Even later liep ik achter twee parketwachters naar de uitgang. Bij de kluisjes, waar ik mijn persoonlijke bezittingen moest ophalen, stond de stiefvader van Barry. Het zag er naar uit dat hij ook zou worden overgeplaatst. Hij keek me vuil aan en zei: ‘Denk maar niet datje ergens veilig bent. Ik heb overal vriendjes zitten, in elke gevangenis’. ‘Dat verbaast mij eigenlijk niks’, ketste ik terug. Volgens mij zaten we even later ook in hetzelfde parketbusje. Mijn paranoia was zéker niet in een klap verdwenen, want op de A6 zag ik elke passerende auto aan voor een handlanger van de stiefvader en verwachtte dat het parketbusje elk moment klem gereden kon worden...
(wordt vervolgd)
Pijnboom
Pijnboom
Crimelink laat ook mensen aan het woord die door de strafrechter zijn veroordeeld voor een misdrijf. Zo spreekt hier Ferdi Pijnboom die op dit moment in een TBS-kliniek verblijft wegens een pedoseksueel delict. Hij schetst zijn levensloop en geeft commentaar op zijn gedwongen verblijf in een Justitie-inrichting en op de aanpak van zijn behandelaars.

