TBS-kliniek De Kijvelanden heeft een hoop onzin over mij geschreven

Geplaatst op: 14-11-2011

Niettemin zit ik in Oldenkotte in behandeltechnisch opzicht onmiskenbaar in de lift. En dat is voor mij thans het belangrijkste. Onlangs zijn in het kader van de z.g. 6 jaarstermijn en met het oog op de verlengingszitting op 23 november 2010 een nieuw onafhankelijk psychologisch en een psychiatrisch onderzoek verricht. Het 3e dit jaar, als ik dat van prof.Bullens mee reken. De resulaten daarvan bevestigen veel van hetgeen ik terugblikkend op mijn verblijf in de Kijvelanden reeds heb geschreven. Ik citeer derhalve enkele voor mij belangrijke passages:

‘Bij het laatste verlengingsadvies van de Kijvelanden wordt een GAF -score van 31 vermeld. Betr. wordt dus geschat aan de onderkant van het spectrum 30 - 40, op de rand van zeer ernstige psychopathologie zoals wanen en hallucinaties. Mogelijk is dit geschreven door een onervaren diagnosticus en vervolgens door de staf over het hoofd gezien. In het ergste geval is dit echter een voorbeeld van misbruik (...) van diagnostiek in een conflict met een patiënt. Hij wordt dan niet meer beschreven als iemand met afwijkende (en mogelijk potentieel gevaarlijke) opvattingen over pedoseksualiteit, maar weggezet als een algeheel zeer zwak geïntegreerde psychiatrische patiënt. ‘

En verder:
‘Van belang in deze zaak is echter dat er nogal wat aanwijzingen zin dat betr. in conflict is gekomen met de vorige kliniek, de Kijvelanden, waarbij hij niet als enige verantwoordelijk kan worden gehouden voor de stagnatie in het behandeltraject. Dit blijkt onder andere uit het bij herhaling stellen dat zijn cognities onveranderbaar blijken te zin, terwijl overduidelijk blijkt dat die wel degelijk zin veranderd. Het lijkt erop dat de kliniek met te weinig onderbouwing en verantwoording hem een traject van verlofstappen heeft willen onthouden. Dit lijkt inmiddels te worden gecorrigeerd in de nieuwe kliniek FPC Oldenkotte.’

Nou dat liegt er niet om. Daar wordt een tbs kliniek even de oren gewassen die zichzelf nogal hoog aanslaat in het rijtje van tbs-klinieken in Nederland.
Voorts verwoordt het rapport een stelling die heel dicht bij de mijne komt inzake pedofilie:
‘Pedoseksueel contact zal vast niet voor elk kind (even) schadelijk zin, maar het punt is dat het voor zoveel kinderen zodanig schadelijk is en dat niet vooraf te voorspellen valt voor welk kind het welke schade zal hebben, dat elk seksueel contact tussen volwassenen en kinderen voor de zekerheid verboden is. Een therapeut doet er niet verstandig aan om deze redenering om te keren en te stellen dat dus elk slachtoffer ernstige schade oploopt, om vervolgens de dader in kwestie dat als het ware in te peperen. Dit leidt onherroepelijk tot oneigenlijke discussies met pedoseksuelen die voorbeelden kunnen noemen van slachtoffers met wie ze tot ver in hun volwassenheid contact hebben gehouden en die geen schade hebben gemeld en die hun "dader" niets kwalijk nemen.’
Einde citaat uit de meest recente rapportage van het 6 jaars-onderzoek. Nader commentaar overbodig.

Op 23 november 2010 diende de verlengingszitting bij de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam. De Kijvelanden had nog het verlengingsadvies opgesteld, omdat ik van het afgelopen jaar nog 7 maanden onder hun verantwoordelijkheid viel. Zij adviseerden 2 jaar verlenging op grond van:
Dat mijn geweten beperkt ontwikkeld zou zin in de contacten met jonge jongens .
• De relaties voornamelijk in het teken stonden van de eigen kinderlijke behoeftes.
• De heer Pijnboom geneigd is te abstract te blijven en gedrag te verklaren i.p.v. te analyseren.
• Dat de belangrijkste historische factor voor de heer Panboom zin seksuele deviante voorkeur is.
• Dat de heer Pijnboom geneigd is om toenadering te zoeken tot netwerken die de heer Pijnboom bevestigen in goedpraters en hem ontschuldigen ten aanzien van zin seksuele delictgedrag.
• Patiënt zichzelf niet als dader ziet maar als slachtoffer van de maatschappij.
• In zijn beleving is er sprake van wederkerigheid en gelijkwaardigheid binnen de relaties die hij aanging met zin slachtoffers.
• Onvoldoende inzicht daderschap a.g.v. hardnekkige cognitieve vervormingen. Enzovoorts....

Aan het begin van de zitting benadrukt de zorgcoordinator en vertegenwoordiger van FPC Oldenkotte nogmaals dat inhoud en conclusies van het verlengingsadvies van de vorige kliniek afkomstig zijn. Wel schaart hij zich achter de geadviseerde verlengingstermijn van 2 jaar, omdat deze nodig zullen zijn voor het verlofstappenplan en het resocialisatietraject.

Uit de Rechtbank ter beschikking gestelde Wettelijke Aantekeningen van Oldenkotte citeer ik: ‘Patiënt is vanaf de eerste dag erg open in het contact. Hij vertelt hoe de samenwerking in de Kijvelanden vastgelopen is. Hier schrijft hij ook een uitgebreide verslaglegging over die hij openlijk deelt met het behandelteam van afdeling II-C. Patiënt beschikt over goede sociale en relationele vaardigheden. Het contact met medepatiënten en sociotherapeuten is erg goed te noemen. Medepatiënten zoeken hem met grote regelmaat op en hij lokt hierin het 'vaderfiguur' van de afdeling. Patiënten noemen hem ook opa.
Patiënt heeft een goede attitude ten opzichte van zin behandeling. Hij benoemt specifiek dat hij met elke sociotherapeut kan praten over zaken en dit was in de vorige kliniek niet zo.
Patiënt vertelt open over zijn verleden en zin pedofiele geaardheid. In gesprek geeft hij aan dat h ten tijde van zijn delicten niet stil heeft gestaan bij de consequenties van zin handelen. Hij vertelt nooit geconfronteerd te zin met de schade bij zin slachtoffers. Patiënt erkent echter dat er wel degelijk schade kan ontstaan, welke niet meteen zichtbaar is. Het betreft de psychologische schade voor het slachtoffer, met name op de lange termijn. Patiënt zou graag Paroxetine willen gebruiken, omdat dit zowel libidoremmend als antidepressief werkt.’

Opmerkelijk bij deze zitting was dat de kritische vraagstelling ditmaal door alle drie de rechters aan de tbs vertegenwoordiger was gericht i.p.v. aan mij. Het waren vragen als: ‘Kan dat verlof etc. dan niet binnen éénjaar worden gerealiseerd? ‘en ‘Waarom dan toch een verlenging van 2 jaar?’

Toen mijn mening over e.e.a. werd gevraagd verzocht ik de rechtbank mijn vooraf geschreven pleidooi te mogen voorlezen. Deze luidde als volgt:
‘Er is in de voorbije periode dat ik in De Kijvelanden verbleef een hoop onzin over mij geschreven. Gelukkig werd dat in wat diplomatieker bewoordingen bevestigd in het rapport van prof. Bullens in het begin van dit jaar en nu ook recentelijk in de rapporten van drs. Haen en drs. Gerritsen. Deze 3 onafhankelijke reportages vormden in grote lijnen de erkenning en bevestiging die mij ten aanzien van de feiten en min persoonlijkheid recht deden.
Mijn eerste eigen verzoek om mijn behandeling in een genuanceerder denkende en handelende kliniek voort te zetten werd aanvankelijk door de Kijvelanden geweigerd en 3 maanden later, als zijnde een voorkeur van de Kijvelanden, alsnog gehonoreerd.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ik mij tot op heden in de Oldenkotte serieus genomen voel worden. Men blijft niet hangen in een constatering dat mijn cognities niet 100% zijn zoals men graag zou willen, maar toont zich bereid om de oorzaken hiervan te onderzoeken. Mijn denkbeelden zijn niet slechts ingegeven door min geaardheid - die ik in alle ernst betreur - maar zeer beslist ook door mijn persoonlijke beleving en ervaringen. Ondanks de beschuldiging van de Kijvelanden dat ik schijnaanpassing vertoon, heb ik echter principieel en consequent geweigerd behandelaars naar de mond te praten. Deze onjuiste interpretatie van min woorden door de Kijvelanden getuigt reeds van een zekere en bedenkelijke incompetentie. Bovendien hebben zij gemeend dit af te moeten straffen met het onthouden van een verloftraject én het toekennen van een ongeloofwaardige gaf-score.

Ik ben er echter zeer goed van doordrongen dat ik in de vriendschappen met meerdere jongens in het verleden afhankelijkheid heb gezien als wederkerigheid en gelijkwaardigheid. Dat lijkt natuurlijk erg naief, maar ik werd niet uit die gedachtegang wakker geschud, omdat veel van die ook seksueel getinte vriendschappen tot ver in hun volwassenheid stand hielden en ik ook nooit door de jongens zelf ter verantwoording werd geroepen. Ik denk dat de reden daarvan gezocht moet worden in het gegeven dat het seksuele aspect binnen die relaties ondergeschikt was aan het sociale en emotionele element en ook door de meesten als zodanig werd ervaren blijkens hun duurzame loyaliteit.

Ik ben er inmiddels echter van overtuigd dat seksuele omgang met minderjarigen, zelfs al zóu het seksuele aspect daarop geen invloed hebben gehad, vrijwel altijd enige vorm van schade oplevert. Hierbij noem ik de maatschappelijke commotie, de sociale en emotionele onrust binnen het gezin, de mogelijk optredende verwarring omtrent de eigen seksuele identiteit en factoren als zelfverwijt, schaamte en toenemend onbegrip. En dát is juist wat ik beslist nooit heb gewild.

De Kijvelanden adviseert min tbs met 2 jaar te verlengen, de onafhankelijke deskundigen adviseren 1 jaar, i. v. m. met het nog te verwezenlijken verloftraject en een aansluitend resocialisatieplan. Zelf vraag ik u echter het bevel tot verpleging om te zetten naar een tbs met voorwaarden, oftewel een zogeheten V. O. Ik ben behandelmoe. Mijn cognities zijn ruim toereikend om zonder reëel recidiverisico in de maatschappij terug te keren. Hoewel ik vertrouwen heb in de Oldenkotte, kan ook zij niets meer toevoegen of bieden aan wat ik niet buiten, in ambulante vorm onder auspiciën van prof. Bullens, in De Waag in Amsterdam zou kunnen doen... Bovendien begint nu ook het proportionaliteitsbeginsel m. i. in het gedrang te komen. Ik ben nu 60. Hoe ouder ik word, des te moeilijker zal het zijn om min draai in de samenleving terug te vinden. Ik heb al teveel tijd én familie verloren door inadequate behandeling dan wel personeelsgebrek.’

De Officier van Justitie ging daarop in door te stellen dat mijn betoog een voorbeeld was voor zijn eis om een verlenging van 2 jaar aan te houden. ‘De heer Pijnboom heeft het nog steeds over `vriendschappen' met jongeren. Je hébt geen vriendschappen met jongeren! Je voedt jongeren op of je verzorgt ze. Maar een vriendschap met jongeren kan niet.’

Ik wilde hier wel op reageren maar deed het niet, omdat uit de woorden van de O.v.J. een gebrek aan dossierkennis bleek. Ik had kunnen appelleren aan de talloze films en boeken over vriendschappen van volwassenen met jongeren, maar hem ook kunnen uitleggen dat ik de omgang met jongeren - de seksuele handelingen even buiten beschouwing gelaten - zoals ik die soms tot ver in hun volwassenheid mocht ervaren, wel degelijk als vriendschap heb ervaren en de van één mijner slachtoffers gekregen zilveren vriendschapsring om mijn vinger daar slechts één uit vele bewijzen van is ... en dat dergelijke feiten de bron van mijn ambivalentie zijn. De O.v.J. had beter kunnen zeggen: ‘Seks met jongeren kan niet’, waarop ik had kunnen zeggen dat ik zulke vriendschappen voor mij thans dan ook als `valkuil' zie en dien te vermijden.
Als ik zonder voorafgaande verlofregeling of resocialisatie in vrijheid zou komen dan zou er toch zeker 24-uurs toezicht moeten zijn, zo stelde hij. Op het gebruik van Paroxetine reageerde hij met: ‘Wat doet een antidepressivum met je als je niet depressief bent?’ Waarop ik naliet te vragen: ‘Wat doet een libidoremmer met je als je geen lustgevoel hebt?


In het slotpleidooi van de advocaat ondersteunde deze mijn verzoek om het bevel tot verpleging in een gesloten setting om te zetten naar een ambulante vorm van tbs met voorwaarden, zoals prof.Bullens dat ook ik zijn rapportage adviseerde. Ik kreeg het laatste woord en gaf te kennen dat alles wel zo'n beetje was gezegd en ik veel had gehoord om te laten bezinken. Verder sprak ik de hoop uit dat er een voor alle partijen acceptabele uitspraak zou volgen. De zitting nam ruim een uur in beslag en hierna mocht ik 4½ uur plaats nemen op de koude stenen bank in kerker no.34 en werd ik in die tijd éénmaal voorzien van een bekertje koffie, zodat ik cynisch bedacht dat de beesten in Artis het op datzelfde moment beter hadden....

(wordt vervolgd)


 

Pijnboom

Pijnboom

Crimelink laat ook mensen aan het woord die door de strafrechter zijn veroordeeld voor een misdrijf. Zo spreekt hier Ferdi Pijnboom die op dit moment in een TBS-kliniek verblijft wegens een pedoseksueel delict. Hij schetst zijn levensloop en geeft commentaar op zijn gedwongen verblijf in een Justitie-inrichting en op de aanpak van zijn behandelaars.