Verdoofd naar mijn cel

Geplaatst op: 20-01-2011

Tot mijn verbazing hadden ze ook Nederlandstalige boeken zodat ik, bij gebrek aan een televisie, heel wat boeken heb verslonden. Tussendoor hield ik een losbladig dagboek bij op notitieblaadjes. En verder lag ik vaak op bed te overpeinzen hoe het allemaal toch zover heeft kunnen komen.De situatie waarin ik verkeerde leek zó paradoxaal met mijn realiteitsgevoel. Het was of ik was blijven hangen in een vreselijke nachtmerrie. Lag hier nou een niets ontziende gewetenloze crimineel?

Had ik iemand zó benadeeld of beschadigd dat dit deze hel rechtvaardigde? Dat moest wel. Anders zat ik nu toch niet tussen dieven, drugshandelaren en -gebruikers, geweldsplegers, brute verkrachters en moordenaars, vrouwenhandelaren en oorlogsmisdadigers (Serviërs & Bosniërs) enzovoort? Ik was een sentimentele sociaal voelende, niet-egoïstische onopvallende Nederlandse burger, wiens gevoelige snaren door een of ander ondoorgrondelijke oorzaak op jongens waren afgestemd en daarbij letterlijk alles voor hen overhad.

Ik had van hen gehouden en met hen gevrijd als zij daarvoor openstonden en hen op die momenten gelukkig gezien. Welke ‘misdaad’ ligt daarin verscholen als de betrokkenen het zelf niet als zodanig ervaren? Zou ik een kind opzettelijk kwaad kunnen doen? Nooit en te nimmer! Ben ik dan zo naïef, zo blind, zo seksueel obsessief en zelfzuchtig op zoek naar seks met onweerbaren, puur uit eigenbelang? Nee, nee, nee en dus nee. Het moest veel gecompliceerder liggen. Maar ik negeerde wél de wet en loog de laatste jaren wel tegen de ouders van vriendjes uit eigenbelang. Of was het óns belang... ? Ik was zo arrogant om mij te laten leiden door mijn zintuigen en zintuigen liegen niet. Kinderen meestal ook niet. Of toch...?

Waarom dan toch die wet? Die ook nog eens onderhevig lijkt te zijn aan de tijdgeest? Hadden mijn vriendjes zich ooit, eenmaal volwassen, tégen mij gekeerd? Nee! Of moet ik zeggen: 'Niet dat ik weet'? Maar is dit alles gelijk te stellen met geweld, verkrachting, moord en doodslag? Waarschijnlijk wel, want sta ik ook niet als laagste in de pikorde van ons humane sociale rechtssysteem? Ja dus, maar wat is er mis met mij dat dit mijn verstand én gevoel te boven gaat? Is seks erger dan verdriet, pijn, angst, verwaarlozing, of zelfs de dood? Kennelijk wel.

Een kind mag leren fietsen, zwemmen, skiën, noem maar op. Maar tot zijn/haar 16e levensjaar (in sommige landen het 18e , 15e , 14e of 12e ) mag het niet leren genieten van zijn/haar of andermans lichaam. Is dat logisch? Is seks dus vies of fout? Kennelijk wel! Maar waarom draait de hele wereld dan om seks? Alles is er direct of indirect aan gelinkt: schoonheid, geld, macht, geluk, gezondheid enzovoort. Zonder het een is het ander nauwelijks denkbaar. Aldus lag ik urenlang te filosoferen. En niemand om daarover mee te praten. En zonder geld kon ik 40 dagen later nog steeds niemand bellen. Het werd nu wel tijd om het consulaat in Zagreb in te schakelen met mijn klachten.

De vrouwelijke consul kwam naar de zatvor (=gevangenis) en had een onderhoud met de gevangenis-directie. Vanaf dat moment kreeg ik zonder problemen het aan mij opgestuurde geld. Eindelijk kon ik weer een telefoonkaart en tabak e.d. aanschaffen in het kleine gevangeniswinkeltje op de begane grond. Eindelijk kon ik na 40 dagen detentie in deze bakoven mijn moeder en vrienden in Holland bellen. Een gedetineerde mocht 1 tot 3x per week, afhankelijk van de drukte, 10 minuten bellen, na vooraf een verzoek bij de bewaker te hebben gedaan. Ik was de volgende dag, op 4 september aan de beurt.

Er werd niet opgenomen door mijn moeder. Na enkele pogingen belde ik Walter. Misschien wist hij of zij nog/weer in het ziekenhuis verbleef. Walter was blij me te horen maar hij klonk lichtelijk nerveus. ‘Ferdi zetje schrap, ik heb slecht nieuws voor je’, zei hij. ‘Je moeder is 4 dagen geleden overleden in het AMC. Haar hart heeft het zaterdagmiddag begeven, maar ze wilde ook uit haar lijden verlost worden hoor. Haar behandelend arts heeft het sterfproces op haar verzoek nog bekort. De spanningen hè ... en ik denk haar verdriet...’. Na een korte stilte liepen de tranen over mijn gezicht. De bewaker zag het vanuit zijn kamertje en liet mij de 10 minuten telefoontijd stilzwijgend overschrijden. Met gebroken stem legde ik Walter uit waarom ik al die tijd niet kon bellen en dus ook geen afscheid van mijn moeder had kunnen nemen. Na ons gesprek liep ik verdoofd naar mijn cel.

Eind november 2003 zat ik er doorheen. Ik ging in hongerstaking en dronk slechts nog een beetje koffie. Eén week later, op de verjaardag van een bekend goedheiligman, kreeg ik te horen dat ik op maandag 7 december zou worden uitgeleverd (... ). Na 135 dagen verliet ik eindelijk mijn (deels zelf verkozen) isolement. Om 06.00 uur werd ik de volgende morgen naar het vliegveld gebracht, waar ik werd overgedragen aan twee rechercheurs van de Koninklijke Marechaussee. Een man en een vrouw, die de twee Kroatische parketchauffeurs namens de Nederlandse regering een verzilverd insigne voor bewezen diensten overhandigden. Ik kreeg er geen, hoewel ik door mijn misdragingen toch de boterham van velen had belegd.

Ongeboeid mocht ik het vliegtuig in - een lijnvlucht - en kon onderweg weer honderduit Nederlands praten met de niet onaardige begeleiders. Twee uur later werd ik op Schiphol weer overgedragen aan de Amsterdamse recherche. Het eerste nieuwtje dat ik hoorde was de geboorte van ons prinsesje Amalia op 6 december. Ik genoot van het weerzien van mijn oude vertrouwde Amsterdam. De daarop volgende drie dagen werd ik herhaaldelijk van cel gehaald voor verhoor door twee rechercheurs. De good cop en de bad cop. Laatstgenoemde was de ongeduldige Abe de J. Hij dacht echt dat ik op de vlucht was geslagen, hetgeen natuurlijk niet zo verwonderlijk was. Wie gaat er nou 1500 km verderop de terugkeer van zijn advocaat afwachten? Nou, ik dus. En ik wilde niet ten prooi vallen aan agressieve vaders met een knokploeg. Maar het was tevens een afscheid. Een best wel emotioneel afscheid van herinneringen en een levensstijl waar ik een punt achter wilde zetten.

Nu nog de juiste motivatie, al had ik die eerste stap al in het HvB in Kroatië gezet. De verklaringen van de jongens en mij kwamen aardig overeen. Al had de jongste begrijpelijkerwijs zijn eigen (of door ouders ingegeven?) interpretatie van sommige gebeurtenissen en was het mij duidelijk dat de ooit zo ‘verliefde’ Jonas nog steeds boos op mij was. En dan kunnen kinderen hard zijn. (‘Ze moeten hem opsluiten en nooit meer loslaten'). De ruzie in 2001 met de toen 14-jarige Jonas was een zinloze.

Maar hij bleef me uitdagen en dáár kon ik niet tegen als iemand je dan vervolgens lachend afwimpelt. Hij kende mij tenslotte al 3 jaar en een 14-jarige weet dan al donders goed waar hij mee bezig is... Maar goed, ik had ook verstandiger moeten zijn. Toen ik de processen verbaal doorlas bleek dat ik in zijn algemeenheid misschien té eerlijk was geweest tegenover de recherche en voelde mij daarover dan weer schuldig naar Remco & Michiel. Ruim een jaar later, toen ik hen in het HvB aan de telefoon kreeg namen ze het mij nog steeds een beetje kwalijk, vanwege de schande thuis. ‘Maar je had wél tegen de politie moeten zeggen dat wij het zelf uitgelokt hebben... ‘, zei Remco alsof dat iets uitmaakte.


Wordt vervolgd 


 

Pijnboom

Pijnboom

Crimelink laat ook mensen aan het woord die door de strafrechter zijn veroordeeld voor een misdrijf. Zo spreekt hier Ferdi Pijnboom die op dit moment in een TBS-kliniek verblijft wegens een pedoseksueel delict. Hij schetst zijn levensloop en geeft commentaar op zijn gedwongen verblijf in een Justitie-inrichting en op de aanpak van zijn behandelaars.