Zelfmoordwens

Geplaatst op: 06-01-2011


En had ik de jongens op hun 14e niet ooit horen vertellen dat zij bij een jonge volwassen tante - een zus van hun stiefvader - klusjes voor haar deden, tijdens welke zij ook seks met haar mochten hebben...? De toen 10- of 11 jarige Barry mocht dat ook, maar zag er vanaf, omdat de tante als voorwaarde stelde dat hij zich eerst diende te laten besnijden. Onder verwijzing naar het gezegde ‘De pot verwijt de ketel...’ had ik ook in dát opzicht nog wat te vereffenen vóór ik mijn ogen wilde sluiten. Ondertussen keek ik vanaf het appartement uit op het hotel waar ik enkele jaren terug als tolk fungeerde voor Remco & Michiel, toen zij enkele Spaanse vakantievriendinnetjes kregen.

Voorts liep ik, na een bezoek aan een arts, alle apotheken in Benidorm af om onze voorraad slaapmiddelen te vergoten. Een recept behoefde daar niet bij de apotheker te worden ingeleverd doch slechts getoond. Onze eerste poging `tot' moest feilloos verlopen. 's Avonds belde ik mijn vrienden waaronder Remco & Michiel stiekem op via hun van mij gekregen mobieltjes, of duwde ik mijn moeder voort over de boulevard in haar rolstoel, om ergens iets te gaan drinken. De dingen kunnen raar lopen. Na enkele weken trad er een kentering op in mijn zelfmoordwens. Door alle activiteiten om het recht zijn loop te laten krijgen begon mijn ouderwetse strijdlust geleidelijk aan terug te keren. Dat was ook mijn moeder niet ontgaan en zij vroeg zich af of ik er niet beter aan deed om de confrontatie met de gevolgen aan te gaan.

Zo erg kon het toch niet zijn? ‘De jongens staan nog steeds achter je en je wás tenslotte toch geen onmens…?', hield zij mij voor. Zij legde zich nog steeds bij mijn beslissing neer, ongeacht welke. En er was nóg een reden die mij deed twijfelen: Wie gingen er opdraaien voor de kosten van repatriëring van twee lijkkisten? Een gewetensvraag. Na een maand Benidorm aanvaardden wij de terugreis, mede als gevolg van de dagelijkse telefoontjes met mijn vriendjes, hoewel ik niemand vooraf op de hoogte had gesteld van onze fatalistische plannen.

Onderweg naar huis kreeg mijn moeder - die al sedert de jaren '70 zwaar hartpatiënte was - in de auto enkele lichte hartinfarcten waarbij zij naar zuurstof hapte en zichzelf met haar medicinale preparaat hevig overdoseerde. Barcelona naderend moest ik onverhoopt enkele keren op de snelweg naar de berm of de vluchtstrook uitwijken. Ik wilde met haar een ziekenhuis aandoen of een ambulance oproepen, waar zij absoluut niet van wilde weten. Een ingelaste overnachting in hetzelfde luxe motel van de heenweg op zo'n 30 km van de Spaans-Franse grens moest volgens haar volstaan. Ondanks het risico dat ik later met een lijk in mijn auto zou rondrijden voldeed ik aan haar wens.

Vanaf ons 2e overnachtings-adres in Magon (Fr.) belde ik mijn oudste broer om te melden dat we de volgende dag zouden thuis komen. Hij vertelde dat er een raam van mijn woning was ingegooid en dat buren een man met een jongen hadden zien wegrennen. Tot op de dag van vandaag weet ik nog niet wie de dader was. Geen van de mij bekende jongens zou zoiets - tenzij hij werd gedwongen - hebben kunnen doen. Het was in elk geval duidelijk dat ik thuis niet meer veilig zou zijn, zodat ik weer ging zwerven en bij vrienden onderdook. Al spoedig kreeg ik een telefoontje op mijn gsm van rechercheur A. de J. van de Amsterdamse Jeugd- & Zedenpolitie, die graag een gesprek met mij wilde op het Hoofdbureau.

Mijn advocaat bleek echter op het punt te staan om drie weken vakantie te gaan vieren en stelde mij voor de keus om mij toch maar vooralsnog alléén in de strijd te storten, ofwel voorlopig nog ondergedoken te blijven. Ik koos voor het laatste en hoorde dat de politie intussen bij mij thuis, bij mijn moeder én bij een vriendin van mij was langs geweest met de bedoeling om de `gesprekken' eenzijdig te bespoedigen. Ik moest weg en snel!

(wordt vervolgd)


 

Pijnboom

Pijnboom

Crimelink laat ook mensen aan het woord die door de strafrechter zijn veroordeeld voor een misdrijf. Zo spreekt hier Ferdi Pijnboom die op dit moment in een TBS-kliniek verblijft wegens een pedoseksueel delict. Hij schetst zijn levensloop en geeft commentaar op zijn gedwongen verblijf in een Justitie-inrichting en op de aanpak van zijn behandelaars.