Strafrechters onder curatele?
Minister Opstelten en staatssecretaris Teeven hebben het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting met betrekking tot Minimumstraffen voor recidive bij zware misdrijven naar de Tweede Kamer gestuurd. Het betreft een wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de invoering van minimumstraffen in geval van recidive bij misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld.
Het voorstel was al eerder voor advies naar de Raad van State, de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de Orde van Advocaten gestuurd. De adviezen van deze instanties zijn als bijlage met het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gezonden.
De Raad van State vindt de invoering van minimumstraffen zeer onwenselijk. Rechters hebben daardoor niet meer genoeg vrijheid om per strafzaak de omstandigheden mee te laten wegen in het vonnis. Dit betekent een ‘substantiële verstoring’ van het evenwicht tussen wetgever en rechter.
Als een veroordeelde binnen tien jaar een zelfde misdrijf pleegt waarop een maximale straf van minstens 8 jaar staat, moet de rechter de helft van het strafmaximum opleggen. De rechter kan wel van het minimum afwijken, maar de Raad van State vindt de ruimte daarvoor te beperkt. Daarom zou het kabinet de mogelijkheden om een andere straf op te leggen moeten verruimen. De raad vindt ook dat de minimumstraf hoogstens een derde van het strafmaximum zou moeten zijn.
Het hoogste adviesorgaan van de regering vindt verder dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt in hoeverre er een probleem zou bestaan met het opleggen van straffen.
Wat de Reclassering vindt, hoort U hier bij monde haar directeur Sjef van Gennip: nos.nl/audio/332692-reclassering-nederland-over-minimumstraffen.html

