Drugsrunners in Zuid-Limburg

Door: Bo Bremmers en Anton van Wijk
Marokkaanse drugsrunners vormen al vele jaren een probleem in en rondom Maastricht. Uit onderzoek blijkt dat de meesten van hen kampen met meervoudige problematiek. Zo komen zij veelal uit probleemgezinnen, zijn ze vaak werkeloos en vroegtijdig met school gestopt. Daarnaast komen zij al op jonge leeftijd in aanraking met politie en justitie. Ongeveer de helft van de bij de politie bekende drugsrunners komt uit Rotterdam. Utrecht en Gouda zijn de andere plaatsen waar ze vandaan komen. Een regio-overschrijdende aanpak is daarom gewenst.


Met gedoofde lichten staat de zwarte Golf 4 turbo bij tankstation Patiel, het eerste Nederlandse tankstation vanuit België, net onder Maastricht. De drie jonge, Rotterdamse inzittenden roken een sigaretje en luisteren naar de radio, terwijl zij wachten op een auto met Franse kentekenplaten. Na tien minuten is het raak, hun inschattingsvermogen is goed ontwikkeld en ze hebben door het type auto en de kentekenplaten direct door dat het mogelijke drugskopers zijn. De achtervolging wordt meteen ingezet en met een snelheid van meer dan 200 km/u hebben ze de Fransen al snel ingehaald. De runner op de achterbank hangt uit het raam en schreeuwt en seint richting de Fransen. De auto’s rijden zo dicht bij elkaar dat de runners op de ramen van het Franse voertuig kunnen kloppen. In de Franse taal maakt een van de runners duidelijk dat ze hen moeten volgen om drugs te kopen. Zij rijden naar een pand in een buitenwijk van Maastricht. Nadat een van de runners hen het pand heeft binnengelaten, zorgt de zich in het pand bevindende dealer dat de Franse klanten ‘bediend’ worden. Voordat de runners hun vaste stek nabij het tankstation weer innemen, rijden ze snel even langs McDonald’s voor een snack. Er zijn vast en zeker nog meer Fransen op komst en er moet dus nog lang gewerkt worden die nacht.


Gevaarlijke situaties op de weg
Het bovenstaande typeert de hinder en overlast waar Maastricht al jaren mee kampt. Drugsrunners fungeren als intermediair tussen buitenlandse harddrugskopers en dealers. Met gedoofde lichten wachten de drugsrunners nabij de grensovergangen op parkeerplaatsen of vluchtstroken op auto’s met een buitenlands (meestal Frans) kenteken. Vervolgens proberen zij door middel van bumperkleven, lichtsignalen of slaan en tikken tegen de zijruiten de aandacht van mogelijke klanten te trekken. De runners halen daarbij snelheden van meer dan 200 km/u en onttrekken zich met hun snelle auto’s aan politiecontroles. Het agressieve rijgedrag heeft in de afgelopen vijf jaar aan zeker vier mensen het leven gekost.


Afkomst
De drugsrunners hebben vrijwel uitsluitend een Marokkaanse achtergrond. Sommige respondenten, waaronder enkele runners, suggereren dat Marokkaanse jongeren bij uitstek geschikt zijn als drugsrunner vanwege hun extraverte gedrag en communicatieve vaardigheden (sommigen spreken ook Frans) waardoor ze gemakkelijk contact met drugstoeristen kunnen maken. Andere respondenten denken dat het te maken kan hebben met de banden die Marokkaanse families in Nederland hebben met drugsnetwerken in Marokko en Frankrijk. Die banden zouden familiaal bepaald zijn. Ook in Nederland spelen familiale banden een rol. Zo blijkt dat broers en neven van dezelfde familie werken als runner. De runners komen voornamelijk uit het Oude Noorden in Rotterdam en Kanaleneiland in Utrecht.


Rekrutering
Het feit dat de drugsrunners veelal opgroeien in achterstandswijken in te kleine huizen en (daardoor) vaak op straat rondhangen, leidt ertoe dat zij al op jonge leeftijd in aanraking komen met oudere, reeds criminele jongeren. Hier ligt de bakermat van hun criminele carrière. De ouderen fungeren als rolmodel voor de jongeren omdat zij geld hebben, een scooter of auto en – niet in de laatste plaats – status. Dit oefent een grote aantrekkingskracht uit op de jonge aanwas (de zogenoemde pullfactoren). De straten in deze wijken worden door runners zelf getypeerd als ‘kweekvijvers voor nieuwe runners’. Een van de geïnterviewde runners zegt: “de meesten van die jongens die bezig zijn, hebben broers of neven die al jaren in de drugs zitten. De jongere broers nemen de handel gewoon over of gaan meedoen.”
Het is eenvoudig om in de drugshandel verzeild te raken. De drugshandel is volop aanwezig in sommige wijken. Jongeren kunnen gevraagd worden door de ouderen om klusjes op te knappen (bijvoorbeeld een pakketje wegbrengen) – in bepaalde gevallen kan worden gesproken van directe rekrutering – of zichzelf aanbieden om wat te verdienen. Als de jongeren achttien jaar zijn en een rijbewijs hebben gehaald, komt de snelle auto in beeld en worden zij naar onder andere Maastricht gestuurd om daar drugstoeristen te runnen. Uit de interviews is ook duidelijk geworden dat financiële problemen van de jongeren, mede als gevolg van gokschulden, ertoe kunnen leiden dat zij gaan runnen om zo hun schuld af te betalen.


Werkwijze
De drugsrunners opereren binnen kleine netwerken die vaak rondom een dealer zijn opgebouwd. De dealer beheert de drugs in een of meer panden in verband met de risicospreiding, verzorgt de transactie en krijgt de drugsinkomsten. De runners krijgen een bepaald deel van de opbrengsten. De drugsrunners werken in beginsel voor een dealer maar kunnen – na verloop van tijd – ook zelf drugs gaan verkopen en een eigen klantenkring opbouwen. Op die manier kunnen zij meer geld verdienen.
Nadat de drugstoeristen gerund zijn en de deal rondgemaakt is, worden telefoonnummers uitgewisseld zodat de kopers een volgende keer direct contact op kunnen nemen. Op deze wijze kunnen klanten hun bezoek van tevoren aankondigen en eventueel al een bestelling plaatsen. Dealers kunnen de klanten dan direct naar het dealpand dirigeren of een plek aangeven vanwaar zij door een runner verder worden begeleid. Dit voorkomt ook dat deze toeristen door andere runners benaderd worden. Telefoonnummers van runners zijn veel geld waard, aangezien de klanten naar deze nummers bellen voor een bestelling. Zo spraken onderzoekers met een runner die zijn simkaart voor 5000 euro verkocht aan een andere runner nadat hij besloot om (voorlopig) te stoppen met runnen en terug te keren naar Rotterdam. Dit nummer was bij ongeveer 30 tot 40 drugskopers bekend.


Dealpanden en katvangers
Het aantal dealpanden in en om Maastricht wordt door de politie thans geschat op 500. Dit aantal zegt iets over de calculerende houding van de dealers, in termen van risicospreiding, maar zeker ook over de omvang van de drugshandel in dit gebied. Het aantal drugsrunners dat actief is in Limburg-Zuid, loopt in de honderden (volgens politiegegevens). Voor de dealers zijn de runners inwisselbaar. Het gat van een gearresteerde drugsrunner is snel opgevuld. En voor een gesloten dealpand is gemakkelijk een nieuwe locatie gevonden. Hiervoor worden voornamelijk ‘katvangers’ gebruikt. Dit zijn personen die tegen een vergoeding of onder druk panden op hun naam (laten) zetten terwijl anderen (lees dealers/drugsrunners) er gebruik van maken.
Het calculerende karakter van hun werkwijze blijkt ook uit het feit dat de drugsrunners in veel gevallen een auto leasen bij een aantal specifieke leasebedrijven die niet vragen naar creditcardgegevens en waar contant betaald kan worden.
De drugsrunners anticiperen en reageren op acties van de politie. Zo hebben voortdurende acties van de politie in Maastricht tot gevolg dat de drugsrunners uitwijken naar andere plaatsen in de buurt of de snelweg mijden.


Achtergronden van de drugsrunners
De runners kampen met forse problematiek op verschillende leefgebieden. Zo blijkt dat de problemen van de gezinnen waarin de runners opgroeien vooral op het vlak van het criminele gedrag van de gezins-/familieleden liggen. Zo blijkt bijvoorbeeld uit een van de rapporten van de jeugdreclassering: “betrokkene geeft aan dat zijn ouders op de hoogte waren van de druk die zijn halfbroer op hem legde om mee te doen aan criminele zaken. Gezien de armoede in het gezin werd dit oogluikend toegestaan.”
De integratie van een deel van deze gezinnen in de Nederlandse samenleving is niet goed verlopen. Er is sprake van pedagogisch onmachtige ouders. De bemoeienis van ouders met de jongere buitenshuis is uiterst gering: “de ouders zeggen geen vat meer op hem te hebben, zoals ze dat eerder hadden. Hij gaat veel weg en komt pas heel laat thuis. Ouders weten niet altijd waar hij dan is. Ook verdwijnen er spullen en geld uit huis.”
Ondanks de illegale inkomsten blijkt er soms sprake te zijn van financiële problemen in de term van schulden. In sommige gevallen is dit ook een reden om te starten met runnen. Zo stelt een van de geïnterviewde runners: “De grootste reden om te gaan runnen, is geld, want het is moeilijk om werk te vinden. Ik heb zelf gesolliciteerd en het heeft niet geholpen. Ik heb schulden, dus op een gegeven moment ga je beginnen.” Gokproblematiek kan er ook voor zorgen dat men blijft runnen. De levensstijl van de ‘snelle jongens’ lijkt nogal wat geld te kosten.


Op een gegeven moment ben je gewend aan dat geld. Het komt makkelijk en het gaat makkelijk weg. Sommigen gaan voor veertigduizend euro gokken. Mijn geld is ook opgegaan aan gokken, auto’s huren en kleding. Je huurt meteen voor twee of drie maanden een auto, dus dat is duur. Je betaald dan vier- of vijfduizend euro voor een gehuurde auto. Als je het geld zo makkelijk krijgt dan heeft het ook geen waarde.


De drugsrunners staan negatief tegenover hulpverlening in welke vorm dan ook. Instanties zoals de (jeugd)reclassering spannen zich in om hulp te bieden om (vooral op jongere leeftijd) het verkeerde gedrag te corrigeren. In veel gevallen heeft het echter geen blijvend resultaat, omdat de runners terug blijven komen. Problemen op school zijn spijbelen, agressief gedrag en voortijdig de opleiding verlaten. De problemen op school zijn geen goede opstap richting een stabiele baan of legale vorm van inkomsten. De inkomsten worden voornamelijk vergaard uit criminaliteit en uitkeringen.


Toewerken naar een regio-overschrijdende aanpak
In het zuiden van Limburg werkt de politie hard om de drugsrunners te stoppen. Dit vergt een enorme inspanning. Tegelijkertijd merken de politie en burgemeester van Maastricht op dat het “dweilen met de kraan open” is. Er is meer nodig om de runners aan te pakken. Het oppakken van runners in Maastricht is namelijk slechts een deel van de oplossing. De oorzaken en oorsprong liggen in de gezinnen en wijken in steden als Rotterdam en Utrecht waar de volgende generatie runners haar opwachting maakt. Een vroegtijdige preventieve aanpak in deze steden lijkt om deze reden onmisbaar om de jonge aanwas een halt toe te roepen. De onderzoekers van Bureau Beke pleiten voor een structurele informatie-uitwisseling en een regio-overschrijdende samenwerking tussen alle betrokken gemeenten en politiekorpsen.


De publicatie is te bestellen via www.beke.nl.


Wijk, A.Ph. van & Bremmers, B. (2011). Snelle jongens. Een onderzoek naar drugsrunners en daaraan gerelateerde problematiek in Limburg-Zuid. Bureau Beke, Arnhem


 


Alle publicaties bekijken...