'Finest hour' van een geweldscrimineel
Door: Frank van Gemert
Het is vrijdag 25 september 2009. Om tien uur ’s ochtends verschijnt op de Vrije Universiteit de man die lid is geweest van een Amerikaanse prison gang. Hij vertelt vrijuit over de ins en outs van het gewelddadige leven in de gevangenissen van de Verenigde Staten.
‘Je komt een gevangenis binnen, dan ga je eerst naar de transfer [centrale plaats van waaruit gevangenen op een afdeling worden geplaatst] of naar de hole [strafcel], afhankelijk van of er plaats is op een afdeling. Als je in de hole zit, ga je al informeren wat er op de yard [centrale luchtplaats] zit, of er homies [leden van de eigen gang] zijn, sowieso. Als die er zijn en je wordt losgelaten naar je unit, je hebt je bed en zo, het eerste wat je doet: je spreekt de eerste beste Latino aan, en je vraagt of er homies zijn en je gaat zo snel mogelijk naar je homies toe zonder dat je gaat lopen ouwehoeren met anderen, dat is niet gewenst. Stel dat je iemand tegenkomt die je in een andere gevangenis al gezien hebt, iemand die niet van jouw gang is, dan moet je niet eerst een half uur met hem staan ouwehoeren. Je gaat eerst naar je homies, prioriteit. Zij horen te weten dat je er bent en je hoort je eigen te melden.’
‘Je homies herken je bijvoorbeeld aan hun tags [tatoeages], maar dat is niet altijd te zien als je ze buiten ziet lopen, want dan zijn ze aangekleed. Mensen wijzen ze meestal aan voor je. Zijn er Sureños hier? Daar loopt er eentje, zeggen ze, en dan speer je erheen. Dan zeg je: ik ben die en die, ik kom daarvandaan, wie is de shotcaller [leider van de gang] hier? Diegene brengt je dan meteen naar de shotcaller, of hij moet aan het werk zijn zodat hij even niet kan. Dan ga je erheen en dan zeg je: ik kom daar en daar vandaan, ik ben overgeplaatst omdat ik een akkefietje heb gehad, of dat ik in een opstand heb gezeten, maar meestal gaat het om akkefietjes. Dan vraagt die naar dingen: wat er aan de hand is in de yard daaro, wie de shotcaller is, om te kijken of je geen bullshit verhaaltje neergooit. Je kan wel zeggen dat je die en die bent, maar er is geen garantie totdat ze het geverifieerd hebben. Dat gaat via buiten, via familie of homies of willekeurig wat, dat weet ik niet allemaal. Dan word je meteen gecheckt.’
‘Je krijgt meteen je kit, dat is het eerste wat je krijgt als je binnen bent. Als je op de transfer geweest bent, dan gaan je spullen mee, maar die krijg je meestal pas een maandje of twee later. In het begin in de gevangenis heb je niet je eigen spullen. Je bekers, je sportkleding, je gympen, die zijn er nog niet. Je krijgt natuurlijk transferkleren aan. Dan krijg je meteen je kit, daar zitten je hygiënespullen in, je tandenborstel en zo en sneakers. Sneakers is een prioriteit voor ons. Die heb je altijd aan, ook als je niet aan het werk bent. Je bent mobiel, je bent altijd klaar voor knokpartijen. Als je die niet hebt, krijg je meteen een paar sneakers, in mijn geval was dat een beetje moeilijk, grote maat hè. Andere gangs lopen gewoon op slippers, Sureños niet. Omdat je altijd in de minderheid bent in de yard, en omdat je in de minderheid bent, moet je altijd zorgen dat als er wat gebeurt, je altijd klaar bent. Maar op slippers kan je niet knokken, dan heb je geen stabiliteit. Daarom heb je altijd sneakers, dat hebben ze gewoon zo erin gegooid. In Pennsylvania kreeg je twee paar: eentje voor onder de douche, want veel gebeurde natuurlijk onder de douche. Je kan natuurlijk op je blote poten onder de douche, de meesten gaan op slippers. Maar stel dat er wat aan de hand is ergens en je moet er snel heen, dan heb je een probleem op je slippers, want dan ben je er niet snel genoeg. Daarom kregen we ook gympen voor onder de douche. Die hield je aan als je onder de douche stond, dan was je altijd klaar. Het hangt er helemaal van af hoe de situatie is in de bajes en wat de shotcaller ervan maakt.’
‘Als een homie binnenkomt, moet hij meteen kunnen krijgen wat hij nodig heeft. Daarna brengen ze je naar je cel en dan nemen ze je mee en ga je even alle homies opzoeken. Meestal gebeurt dat bij het eten, maar als dat net geweest dan stuurt de shotcaller een of twee jongens mee en dan ga je alle units even af. Alle homies af, even zeggen wie je bent, dat je een homie bent zodat iedereen ook weet dat jij er bent. Aan het eind van de eerste dag ga je ’s avonds de units [afdelingen van de gevangenis] allemaal langs en dan hebben homies dit voor je en dat voor je, krijg je wat soep. Ze willen gewoon dat je alles hebt wat je nodig hebt.’
‘Op de eerste dag hoor je ook of er nog specifieke regels of dingen zijn, die te maken hebben met of er spanning is op de yard. In Pennsylvania speelden we American flagfootball ook tegen African-Americans, we speelden ook kleine dingetjes met de Latin Kings, maar we speelden gewoon wedstrijden voor de gein. Mississippi was heel anders, daar mochten we daar niet aan meedoen, omdat de African-Americans daar net weer een ander slag waren dan in Pennsylvania. Die waren wat agressiever en als je dan American flagfootball gaat spelen, dan word je getackeld en zo. Mensen kunnen je daar pakken, even een hoek geven of zoiets, onder het mom van het spel kan je dan niet gaan lopen matten. Het gebeurde wel dat knokpartijen uit dat soort dingen voortkwamen. Dus voor de veiligheid zei die shotcaller van ons: nee, hier wordt geen flagfootball gespeeld. Je mag ook niet met ze trainen, maar als je met je homies aan het trainen bent, mag je wel samen even gaan voetballen of volleyballen. Maar je gaat niet trainen samen met de African-Americans, dat mag alleen maar met je homies.’
‘En voor de rest krijg je dan de regels te horen. Wat eigenlijk in alle bajessen voor ons hetzelfde is: als de deuren opengaan, ga je je bed uit en dan ga je er niet meer in. Heleboel mensen liggen natuurlijk de hele dag op hun bed te rotten. Je kan je cel niet dichtdoen, als de deur opengaat dan wordt het bed opgemaakt, klappen we het matras om en we gaan eruit. We mogen niet meer op bed liggen. In Mississippi zijn wat jongens daardoor in de opstand de boot ingegaan, helemaal lamlazerus geslagen door African-Americans. Er waren er een paar hun snor aan het drukken, die gingen niet naar het ontbijt en die bleven op hun bed te liggen. Dan gebeurt er wat en dan worden de units af gesloten. Wij waren buiten bezig, dan sluiten ze de units af, zodat er niemand nog bij het gevecht kan komen, maar dan gaan die mensen binnen verder. Die homies die lagen te slapen, die werden met bezemstelen helemaal aan gort geslagen. Daarom mogen we niet op bed liggen: als er wat gebeurt en je ligt te slapen, dan word je lam geslagen. Dat is een van dat soort regels die we standaard moeten doen. Gewoon je bed uit, dan weet je in ieder geval dat als er wat is, dan heb je een kans. Zo waren er een hele hoop regels, dat zijn de regels van Sureños’
‘Burbies [gymnastiekoefening] horen daar ook bij. Ik weet dat de Northeños het weer iets anders doen en een heleboel African-Americans doen het ook, het is een hele goede oefening. Wij hebben gewoon onze nummers waar we ons aan moeten houden: je gaat geen 50 burbies doen, je moet er wel 113 doen; 13 moet natuurlijk altijd terugkomen. Je doet er geen 150, als je er meer dan 113 wil doen, dan ga je naar 213. We moesten minimaal 113 burbies doen, en dan mag je zelf kiezen of het met één push-up is of twee push-ups is. Dat is het minimum wat je moet doen. Hou je je daar niet aan, dan word je even tot de orde geroepen. Als mensen erachter komen dat je niet aan je oefeningen voldoet, dat je je snor drukt, dan krijg je van de shotcaller een straf. In het algemeen laat hij je dan een week extra burbies doen. Buiten wat je moet doen, krijg je gewoon 113 burbies meer en dan gaan er twee homies bij zitten om te tellen. Verzaak je het twee keer, dan ga je naar de baño [badkamer/douche], dan krijg je 13 seconden, dan word je 13 seconden even los geslagen. Dat wordt als zo belangrijk gezien, fysiek bezig zijn, ze zijn zo fysiek ingesteld. Je moet trainen, je moet sterk blijven. Dat zijn allemaal gewoon standaarddingetjes, die zitten er voor Sureños gewoon in. Andere gangs doen dat ook, maar niet in die mate. Ook ’s winters gaat het gewoon door. De brandblaren van de sneeuw stonden op mijn klauwen, maar dat hoort er gewoon bij. Het is wenselijk dat je meer doet, dat je ook gezamenlijk met je homies bezig bent met dips en op die rekken en zo. Dat stimuleren ze omdat het ook de band met je homies sterker maakt. Daar is alles op gebaseerd.’
‘Dertien seconden krijg je alleen als je voor het eerst bij de gang komt, als je homie wordt. En soms ook als straf. In je eerste bajes moet je je eigen wel bewijzen, dan moet je iets doen. Je kan je ook opgeven voor missies. Als je weet dat er wat aan de hand is: stuur mij maar, ik wil het wel doen. Want het is ook nog een puntensysteem en je hebt homies die willen hogerop komen, die geven zich op voor opdrachten, voor missies, omdat ze er punten mee scoren. Ooit hopen ze dan een big homie te worden. Kan ook andersom, mensen die fouten maken die niet doen wat de afspraak is. In Mississippi hadden we homies die zich afzijdig hielden bij het gevecht. Er zijn altijd homies die dat zien en die jongens worden dan gepakt. Een paar zijn er in de hole gepakt en een paar anderen daar konden ze niet bijkomen, die zaten ergens anders op cel. Komen die in de gevangenis terug, dan worden ze meteen neergelegd. Die krijgen dan gewoon een mes in hun flikker. Ook als ze worden overgeplaatst naar een andere gevangenis, dan krijgen ze toch een mes in hun flikker.’
‘Afzijdig houden van een gevecht: kan niet, dat is een basisregel. Je hebt respect voor de gang, geen lafheid, en geen homofiele activiteiten. Lafheid staat natuurlijk hoog, want dat kan om je leven gaan. Daar vergissen een hoop mensen zich in, dat had ik wel gauw door daar. Die jongens komen allemaal van de straat af en het is daar wel heel makkelijk met een pistool te lopen zwaaien en vanuit een auto te schieten op mensen, maar als je met je klauwen of met een klein steekwapen of een biljartkeu of willekeurig wat moet gaan knokken tegen een overmacht, dat is een heel ander verhaal dan met een dingetje rond lopen. Het zijn allemaal gangsters, maar bij zo’n knokpartij, als puntje bij paaltje komt, dan houden ze het af, want dat zijn ze niet gewend. Die jongens worden meteen gepakt, want dat is gezichtsverlies voor de gang.’
‘Ik had mijn eerste steekpartij in Allenwood, dat was voor mijn test. Ik had eerder al mijn dertien seconden gehad, toen kwamen op gegeven moment twee homies naar me toe en die zeiden dat ik een missie had gekregen om mijn eigen te bewijzen voor de clique, de gang. Ze zeiden dat ik iemand moest pakken. Ik zei: ‘Wijs maar aan, dan hoek ik hem wel voor zijn harses.’ Nee, zeiden ze, dat is niet de bedoeling en ze gaven me een filero, een mes. Het eerste wat ik zei: ‘Dat heb ik niet nodig, dat doe ik wel met mijn handen.’ Toen wist ik ook nog helemaal niks van die bajestoestanden en er zit toch in je achterhoofd, als ik er eentje overhoopsteek, dan ben ik ook de lul en krijg ik er tien of twintig jaar bij. Dus ik zei: ‘Kan ik hem niet gewoon in elkaar hoeken?’ Maar dat werd meteen rechtgezet: je hebt gekozen voor ons en je moet je bewijzen voor de gang, dus dan doe je het zoals het opgedragen wordt. Dan kun je niet zeggen kan ik het zo doen of zo. Zij zeggen wat je moet doen en hoe en dan doe je het gewoon zonder daarop in te gaan of te veranderen, anders is het respectloos tegenover je shotcaller. Die is de baas en die bepaalt hoe of wat er gebeurt. Dus ik kreeg het mes. Het was iemand uit mijn unit. Ze vertelden dat het het makkelijkst was om hem in de douche te pakken. Dat heb ik gedaan, die man gestoken, in de douche.’
‘Een paar homies werden door African-Americans in elkaar gerost. Het was ’s morgens vroeg bij het ontbijt, we moesten naar de yard. De shotcaller had beslist: we gaan ervoor, opstand. We pakken de fileros, de wapens en dan eropaf. Raken wat je raken kunt, maakt ook niet uit wie het is, als hij maar African-American is. Het moet allemaal snel gebeuren, want het duurt natuurlijk nooit lang. Het is een blitz, en daarna sta je tegenover elkaar en dan heb je dat schreeuwen, want dan zijn het weer groepen. Wij waren met nog geen vijftig man, maar we vochten tegen tweehonderd man. Je moet met je handen vechten, je hebt een klein mesje of je hebt een slot in je sok. Ik ben erin gevlogen, heb gestoken, tjak, tjak, tot ik ben neergegaan. Ik heb me voor de volle tweehonderd procent ingezet in die opstand. Dan is het wat het is en dan ga ik ervoor en dan zie ik wel hoe het eindigt, of ik daarna nog leef of niet.’
‘De gang verlangt van mij dat ik dit doe en dat doe. Ik ging er helemaal voor, ik ging maximaal, ik ging harder dan de meeste homies. Ik heb me wel eens afgevraagd of dat nou met mij te maken had of met de gang? Ik denk puur met mijn eigen. Ik kon laten zien aan mijn eigen: je bent twee keer zo oud als die knapen, je bent eigenlijk een kerel die met een bierpens op de bank hoort te zitten, en je gaat nog harder dan die jonge knapen. Dat is dan een bevestiging voor mijn eigen, je draait nog op volle toeren mee. Het zegt weinig over een normaal leven, staat daar los van, maar als het nodig is: dan ben ik er nog steeds. Dat was een zekerheid, ik had in ieder geval iets waar ik op terug kon vallen. Voor mijn eigen weet ik, ook al is het nooit meer nodig, als het moet: dan kan ik het en dan kan ik het waarmaken. Dus dat is dan meer een bevestiging naar je eigen toe. Het is een beetje het idee van ik ben toch ergens goed in, ik kan toch iets.’
Frank van Gemert, Van prison gang tot TBS, Just Publishers 2011

