Schering en inslag: de kunst en het belang van netwerken

Door: Janine Janssen


Enkele wenken voor politieambtenaren en andere professionals voor opbouw en onderhoud van netwerken in de multi-etnische samenleving 



NETWERKEN IS EEN WERKWOORD


Commissaris van Politie Willem Timmer leidt het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie. Hij werkt al 35 jaar bij de politie in verschillende rangen, functies en plaatsen in het land. In al die tijd heeft hij zich door onderzoek, studie en projecten beziggehouden met het opbouwen, maar vooral met het onderhouden van netwerken: ‘Toen ik in de jaren zeventig bij de politie kwam, veranderde de Nederlandse samenleving behoorlijk. Grote stromen gastarbeiders en inwoners van voormalige koloniën kwamen naar dit land. Dat had ook zo zijn weerslag op de dingen die je tijdens het politiewerk tegenkwam.
 
Ik kan me nog heel goed voor de geest halen dat ik in die begintijd een keer bij een moord op een jong meisje kwam. Ik begreep niets van de opstelling van de familie. Tja, nu weet ik dat ik getuige was van een klassiek eerzaak, waarbij de familie de dood van die jonge vrouw op haar geweten had. Maar toen vielen die puzzelstukjes nog niet op hun plaats. Ik voelde dat er meer aan de hand was en werd enorm nieuwsgierig naar die voor mij tot dan toe onbekende leefwerelden. Op het politiebureau kon ik ook niet ontdekken hoe de vork in de steel zat, dus ik moest gaan zorgen dat ik mensen zou leren kennen die me wel wegwijs konden maken. Nou, daar ben ik dus nooit meer mee opgehouden!
 
In de schoolvakanties reis ik jaarlijks met vrouw en kinderen niet naar de Spaanse costa's, maar naar Turkije of Egypte. Zo ben ik nog in Polen en in Oekraïne geweest en onlangs in Soedan, Libië en Algerije. Migratiestromen veranderen, dan moet je je ook weer oriënteren op nieuwe groepen. Die eerste contacten leggen, dat is in feite kinderspel. Maar weet je waar hem de moeilijkheid zit? In het in stand houden daarvan. Een verzameling telefoonnummers van mensen die je ooit eens hebt gesproken, dat is geen netwerk. Het wordt pas een netwerk als je een vinger aan de pols houdt.

Ik zoek mensen niet alleen op als ik iets van ze nodig heb, in de zin dat ik bepaalde dingen wil weten. Je moet je ook openstellen voor vragen van de andere partij. Ik heb het dan niet over het verlenen van gunsten, je integriteit als politieman mag je nooit verspelen, maar vaak gaat het om vragen over bijvoorbeeld uitleg van procedures. Mensen willen dan van me weten bij welk loket ze moeten zijn met een specifieke vraag. Moeten ze naar de gemeente of naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst? Verder ben ik vaak actief betrokken geweest bij het oprichten van belangenorganisaties voor minderheden. Als wegwijzer mogen ze mij altijd benaderen.
 
Maar netwerken doe je niet alleen als je zelf of een ander iets nodig heeft. Ik hou contact ook warm door bijvoorbeeld sms’jes te sturen om mensen een goed Suikerfeest of een fijne jaarwisseling toe te wensen. Dat klinkt misschien triviaal, maar ik verstuur er per feest toch gauw een paar honderd. Afhankelijk van de snelheid waarmee mijn haar groeit, bezoek ik afwisselend een Marokkaanse, een Turkse, een Iraakse of een Hindoestaanse kapper. Dan hoor je nog eens wat. Ach, zo kan ik nog tientallen voorbeelden noemen. De moraal is echter dat je je netwerk alleen overeind houdt als je dat als een serieus onderdeel van je dagelijks werk ziet. Het gaat allemaal niet vanzelf, je moet daar zelf voortdurend aan werken.’
 



TOT SLOT: DE LAATSTE HAND AAN DIT WEEFSEL


Patroon en vlechtwerk van dit boek nadert zijn voltooiing
Bij het voltooien van een weefsel hoort ook het afhechten van losse draadjes, zodat uiteindelijk geen storende details afleiden van het ontwerp van het werkstuk. Om die reden blikken we aan het einde van dit boek nog eens terug op hier gebruikte patronen en kleuren. Wat was met andere woorden de rode draad in het hiervoor gevoerde betoog? Dat bleken er verschillende te zijn.



Begripsafbakening en het belang van netwerken
In het eerste hoofdstuk is uit de doeken gedaan dat het begrip ‘netwerken’ meer is dan een modewoord. Binnen verschillende wetenschappen heeft de term een grote vlucht genomen. In dit boek, dat bestemd is voor professionals in de veiligheidszorg, is het begrip als volgt afgebakend: het opbouwen en onderhouden van relaties met individuen en/of organisaties door een professional in de veiligheidszorg. Het gaat dus niet alleen om het opdoen van nieuwe contacten, maar ook om het in stand houden van relaties.

In hoofdstuk 1 is ook de vraag gesteld waarom het zo belangrijk is voor professionals om netwerkrelaties op te bouwen en in stand te houden. Daarop zijn twee antwoorden gegeven. In de eerste plaats leven we in een steeds maar veranderende samenleving. Van een professional wordt heus niet verwacht dat hij of zij elke wijziging ziet aankomen of grondig kan duiden. Wat wel belangrijk is, is dat een professional zich bewust is van de grenzen van de eigen kennis en daarnaast nieuwsgierig is naar wat er om hem of haar heen gebeurt. Door te netwerken kan in die informatiebehoefte worden voorzien. In de tweede plaats speelt netwerken een belangrijke rol bij de legitimiteit van het optreden van professionals en organisaties. Alleen door in contact te treden met burgers kunnen professionals in de veiligheidszorg achterhalen wat daadwerkelijk bij de bevolking leeft en of zij ook dat werk leveren dat door het publiek verwacht wordt. In de multi-etnische samenleving is die netwerktaak niet alleen gereserveerd voor allochtone professionals. Hier ligt ook een duidelijke rol voor autochtone professionals. Want in de veiligheidszorg werken wij allemaal, ongeacht onze eigen achtergrond, voor álle burgers in de samenleving.

Theoretische relaties
In hoofdstuk 1 werd al aangegeven dat in dit boek aansluiting is gezocht bij lessen en vragen uit de SNA. Met name in hoofdstuk 4 is daaraan aandacht besteed. De kracht van SNA is dat systematisch wordt nagedacht over belangrijke vragen als: wie zijn er met elkaar verbonden? In hoeverre bekleden contactpersonen een gelijkwaardige rol? Hoe sterk is de relatie en waarom staan bepaalde personen met elkaar in contact? Tevens wordt binnen de SNA nagedacht over verschillende rollen die deelnemers aan een netwerk kunnen vervullen. Zo worden er onder meer verbindende schakels of bruggenbouwers onderscheiden, poortwachters en mensen die meeliften zonder zelf al te veel in het netwerk te investeren. Hoewel veel analisten die gebruikmaken van SNA, de wiskunde niet schuwen, zijn deze vragen ook uitermate relevant voor een meer kwalitatieve benadering. Een professional die het eigen netwerk wil uitbouwen of in stand houden, zal goed moeten nadenken over het soort relaties dat hij of zij ambieert, de eigen rol en die van anderen in het netwerk.

Bij netwerken gaat het om menselijk contact. Daarbij speelt presentatie over en weer, het managen van indrukken, een belangrijke rol. Die uitdrukking is ontleend aan het werk van Goffman, dat in hoofdstuk 3 is geïntroduceerd. Het is zaak dat een individu of een professional die namens een organisatie optreedt, in staat is een geloofwaardige performance neer te zetten. Houding en verschijning spelen daarbij een belangrijke rol, net als de duidelijkheid van de boodschap en de setting waarin een en ander wordt gebracht. Een slechte presentatie van een professional straalt op de gehele organisatie af. In hoofdstuk 4 is opnieuw aandacht besteed aan de ideeën van Goffman. De socioloog is van mening dat het nogal wat uitmaakt of een boodschap op de bühne of daarachter wordt gebracht. Frontstage hebben professionals in de veiligheidszorg contact met afnemers van die zorg. Het is belangrijk dat de presentatie naar burgers en publiek tegemoetkomt aan verwachtingen die daar leven. Meningsverschillen tussen en kritiek op collega’s horen dan ook backstage, achter de schermen, te worden besproken. Bij een professioneel optreden hoort ook een eerlijke blik op mogelijke spanningen of zelfs conflicten tussen verschillende rollen. Elk mens, dus ook een professional, bekleedt nu eenmaal verschillende sociale posities met daaraan gekoppelde rollen, bijvoorbeeld die van begripvolle en vergevingsgezinde vriend naast die van gezagstrouwe en handhavende diender en gezellige collega.

Schering en inslag: omgaan met tegenstellingen
In de inleiding van dit boek is weven geïntroduceerd als metafoor voor het onderhouden van sociale relaties in netwerken. Daarbij is uitgelegd dat aan de weefterm schering en inslag verschillende betekenissen kunnen worden gekoppeld. Letterlijk betekent die uitdrukking dat er een weefsel ontstaat door haaks op elkaar staande draden te vervlechten. In figuurlijke zin kan dit als beeldspraak worden opgevat voor het opbouwend omgaan met tegenstellingen. Een tegenstelling is niet zomaar een verschil, zoals tussen de kleuren grijs en wit. Bij een tegenstelling gaat het om een contrast, om zwart en wit. In dit boek is er met name in hoofdstuk 2 over het lastige begrip ‘cultuur’ op gewezen dat mensen ook wel tegenstellingen bedenken om complexe zaken te vereenvoudigen. Om die reden wordt dikwijls gebruikgemaakt van populaire dichotomieën zoals een ‘ik-cultuur’ versus een ‘wij-cultuur’. Maar eigenlijk gaat het hier niet om een echte tegenstelling, want in het echte leven sluiten individualiteit en collectivisme elkaar nooit helemaal uit. Deze kunstmatige tegenstellingen helpen het denken over cultuur te vergemakkelijken; in het echte leven dragen ze echter bij aan het ontstaan van contrasten en bemoeilijken ze onderlinge contacten en netwerken als we werkelijk gaan geloven dat de wereld in elkaar uitsluitende categorieën valt op te delen.

In het tweede hoofdstuk zijn we nog een door mensen bedachte tegenstelling op het spoor gekomen. Daar werd geconstateerd dat men de neiging heeft om cultuur te begrijpen als het exclusieve domein van allochtonen of als een factor die het gedrag van allochtonen volledig zou verklaren. Bij autochtonen speelt het tegenovergestelde: daar zou cultuur dan niet of nauwelijks van invloed zijn. Dit is geen reëel contrast, want in hetzelfde hoofdstuk is aangegeven dat cultuur in feite overal is, dus ook bij autochtonen en in organisaties. Daarnaast is opgemerkt dat cultuur geen eenheidsworst is. Wie daar niet van overtuigd is, ziet wellicht verschillen en zelfs tegenstellingen over het hoofd. Of we nu praten over Turken, Duitsers, Britten of Groningers: deze mensen kunnen niet over één kam worden geschoren; onderling zullen altijd verschillen en ook tegenstellingen bestaan. Een goede netwerker is zich hiervan bewust.

Tegenstellingen kunnen ontstaan door miscommunicatie, omdat bijvoorbeeld niet op tijd taboe-onderwerpen worden onderkend. Daarover ging hoofdstuk 5. Wanneer een professional echter de ruimte neemt om goed na te denken over de boodschap die hij of zij wil overbrengen en hoe die bij een ander zou kunnen overkomen, worden veel problemen vermeden. Mocht er dan alsnog sprake zijn van misverstanden, dan wordt het gemakkelijker om te bedenken hoe de situatie uitgelegd kan worden of dat wellicht excuses op hun plaats zijn. Het is echter niet uitgesloten dat gesprekspartners elkaar heel goed begrijpen, maar toch tegenover elkaar komen te staan omdat hun opvattingen haaks op elkaar staan. Het is nog maar de vraag of het zinvol is om met netwerkpartners te bakkeleien over elk verschil van inzicht. Een dergelijke benadering zal het ontstaan van tegenstellingen eerder in de hand werken. Waar het bij netwerken op aankomt, is de kunst om in te schatten op welke momenten je verschil in inzicht met een netwerkpartner bespreekbaar kunt maken, tot compromissen kunt komen en wanneer het nodig is om op aanvaardbare wijze je eigen norm te stellen [Verlies jezelf niet]. Hoewel voor het nemen van dat besluit geen blauwdruk valt te geven, helpt het in ieder geval niet als we ons van tevoren al druk maken over het feit dat er verschil in opvattingen bestaat en dat onze ideeën en verwachtingen misschien zelfs haaks op elkaar staan. Als vrees voor tegenstelling gaat domineren, gaat het hart op slot, gaan de oren dicht en staat het verstand stil. Zo kan niemand aan een netwerk weven.

Bij netwerken gaat het heus niet alleen om het omgaan met tegenstellingen. In dit boek is benadrukt dat mensen ongeacht hun achtergrond ook veel delen. Die relativerende gedachte kwam vooral tot uiting in hoofdstuk 3, waarin de piramide van Maslow is beschreven. In die piramide zijn verschillende menselijke behoeften hiërarchisch gerangschikt. Hoewel er getwist wordt over die indeling, bestaat er wel consensus over het feit dat álle mensen, waar ook ter wereld, de verschillende door Maslow beschreven soorten behoeften kennen. Uitgaande van die redenering is het dan ook niet meer zo moeilijk om locaties te bedenken waar nieuwe contacten zouden kunnen worden opgedaan. Alle mensen eten, dus restaurants en supermarkten die gericht zijn op specifieke keukens, zijn interessante ontmoetingsplaatsen. Iedereen wil graag banden met familie en vrienden onderhouden, dus zijn belhuizen en internetcafés logische locaties om contacten te leggen. In hoofdstuk 6 is nog eens stilgestaan bij mogelijkheden om te netwerken op het internet. Daar kun je natuurlijk ook mensen leren kennen, jezelf presenteren of achtergrondinformatie zoeken.

Schering en inslag: regelmatige en systematische aandacht
De term ‘schering en inslag’ heeft nog een andere betekenis. Er wordt mee bedoeld dat een bepaalde handeling routine is geworden. Ook aan die invulling van deze weefterm is in dit boek aandacht besteed. Zo is in de hoofdstukken 1 en 2 uitgelegd dat netwerken ook te maken heeft met de legitimiteit van het optreden van een organisatie en dat het belangrijk is dat professionals in de veiligheidszorg zich regelmatig afvragen wat hun taken zijn en of de uitvoering daarvan ook beantwoordt aan de verwachtingen van burgers: wat voor werk doen wij en voor wie? Een incidentele ontmoeting met burgers is geen netwerken. Om daadwerkelijk inzicht te krijgen in de ideeën en beleving van afnemers van veiligheidszorg dienen die contacten op een regelmatige basis plaats te vinden. Alleen dan kan de professional serieus voor én met mensen werken.

Die netwerkcontacten moeten dus worden onderhouden. Dat was het belangrijke thema van hoofdstuk 7. Bij onderhoud hoort systematiek. Daarmee wordt hier niet het optuigen van een bureaucratie bedoeld. Het gaat erom dat frequent en met gedrevenheid [Netwerken is geen straf] en een open geest in contacten wordt geïnvesteerd, waarbij er uiteraard op gelet wordt dat die relaties geen verkeerd karakter krijgen doordat er bijvoorbeeld onrealistische verwachtingen leven of niet-wenselijke ruilrelaties ontstaan. Dit is serieus werk, dat dagelijks aandacht behoeft. Dat onderhoud van contacten is heus niet altijd even plezierig; soms lopen relaties ook stuk of bloeden dood. Aangezien er meer mensen zijn die we ooit gekend hebben dan waarmee we nu contact hebben, is het van eminent belang dat er een goede administratie met netwerkgegevens wordt gevoerd.

Het laatste draadje
In tegenstelling tot een kleed of een tapijt is een sociaal weefsel nooit af. Een kleed zal bij intensief gebruik nog wel eens reiniging, reparaties of ander onderhoud behoeven. Maar sociale weefsels in de betekenis van netwerkactiviteiten vragen permanente aandacht, anders sterven ze een wisse dood. De vergelijking met het weven gaat dus niet helemaal op: bij een sociaal netwerk is er nooit een laatste draadje.



 


Alle publicaties bekijken...