Undercover in de rosse buurt van Alkmaar
Door: Maria Genova
Vrouwen te koop is het nieuwe true crime boek van Maria Genova, een van oorsprong Bulgaarse journaliste die al geruime tijd in Nederland woont en werkt. Het is een vervolg op Man is stoer, vrouw is hoer (2010), waarin Genova de praktijken van loverboys beschrijft en aan de kaak stelt. Dat doet zij aan de hand van de lotgevallen van ‘Anna’, een slachtoffer dat na 12 jaar huwelijk ontdekt dat zij eigenlijk met een pooier is getrouwd. In Vrouwen te koop vertelt zij over de massa’s berichten van bedreigde vrouwen die zij vervolgens krijgt. Zij laat zich links en rechts nader voorlichten over het hoerendom in Nederland en komt tot de conclusie dat het voor een groot deel om moderne seksslavernij gaat. Een beeld dat nog eens wordt bevestigd als zij spreekt met diverse schakels uit de handhavingsketen: die geven aan grotendeels machteloos te staan tegenover een fenomeen (vrouwenhandel, resp. pooierdom) dat door het grote publiek nog wordt onderschat; en daarom ook in politieke en bestuurlijke zin niet de handen op elkaar krijgt.
In het volgende fragment krijgt Genova undercover een kijkje in de Alkmaarse ‘business’.
Velina, een Bulgaarse vriendin belt op. ‘Wil je undercover?’
‘Is mijn leven niet spannend genoeg?’
‘Geen idee, maar het kan nog spannender worden, want ik heb een kapperszaak vlakbij de rosse buurt ontdekt. Het wordt gerund door Bulgaren en alle pooiers en prostituees komen daar als klant.’
‘Ik laat mijn haar echt niet door een onbekende kapper knippen.’
‘Je kan ook je nagels laten doen,’ zegt Velina. ‘Ik regel een afspraak.’
Velina belt me tien minuten later opnieuw. ‘De manicuriste blijkt vertrokken. Ik heb een afspraak voor het knippen van je haar gemaakt.’
‘Wie zegt dat ik dat wil?’
‘Gewoon doen. Je zult zien in wat voor interessante ambiance je terechtkomt.’
Op dat moment komt mijn man de kamer binnen.
‘Ik wil undercover in een kapperszaak in de rosse buurt, maar ik moet daar ook mijn haar laten knippen. Wat vind je ervan?’ vraag ik.
‘Zit je echt te twijfelen?’ reageert hij. ‘Jouw leven bestaat de laatste tijd toch alleen maar uit research naar vrouwenhandel, dus dat kan er ook nog wel bij.’
‘Fijn om te weten dat je zo bezorgd bent om mijn kapsel.’
‘Ik ben meer bezorgd of je heelhuids thuiskomt, maar daar heb ik volgens mij niets over te zeggen.’
Ik plak de telefoon weer aan mijn oor. ‘Sorry voor de onderbreking. Kort overleg met het thuisfront. Ik doe het.’
De kapperszaak is op nog geen honderd meter van de rosse buurt in Alkmaar. Het straatje is smal en heel rustig. Binnen is het wel druk en ik kan in een oogopslag zien dat de clientèle vooral uit prostituees bestaat.
‘Zullen we even buiten wachten?’ stelt Velina voor. Op de stoep kan ze haar rookverslaving bevredigen. Er is nog een vrouw buiten aan het roken. Als ze hoort dat we Bulgaars praten, knoopt ze een gesprek met ons aan. Ze vertelt zonder enige gêne dat ze in de rosse buurt werkt en ze wijst een passerende man aan.
‘Zien jullie die daar?’ vraagt ze. ‘Gisteren moest ik voor hem een bekertje met urine vullen en dat heeft hij helemaal opgedronken. Je wilt niet weten wat voor viespeuken die Nederlanders zijn.’
‘Zo erg?’ vraagt Velina.
‘Man, er zitten zelfs lui tussen die poep willen eten. Moet ik wel roeren om het goedje smeuïg te maken.’
Velina en ik kijken elkaar aan.
‘Echt vies,’ zegt Velina. ‘Verdient het tenminste een beetje?’
‘Soms wel, soms niet. Ik klus ook een beetje bij in een hotel tegenover het station. Dat doen meerdere meisjes.’
‘In hotels mag het toch niet?’ vraag ik.
‘Je denkt toch niet dat iemand dat controleert, hè?’ reageert het meisje. ‘Slechts één keer had ik een uitgebreid gesprek met de politie. Ze bleken te weten dat ik een Turkse pooier had. De politie bood me bescherming aan in ruil voor aangifte.’
‘En toen?’
‘Niks natuurlijk. Je denkt toch niet dat ik erop vertrouw dat ze me zullen beschermen? Ze weten volgens mij zelf niet met wie ze te maken hebben. Die pooiers zijn heel machtig.’
‘De politie kan je echt helpen,’ zeg ik. ‘Hier zijn ze niet zo corrupt als in Bulgarije.’
‘Ja, ja. Dat zeiden ze ook. Ik begin er niet aan. Mijn leven is me nog dierbaar.’
‘Ik begrijp je wel,’ zegt mijn vriendin. ‘Die pooiers zijn harde gasten. In mijn stad ontvoeren ze de meisjes gewoon op straat om ze in de prostitutie te brengen.’
‘Uit welke stad kom je dan?’ vraagt de prostituee.
‘Sliven’.
‘Aha.’ Ze kijkt haar met een blik van herkenning aan.
‘Ontvoeren ze die meisjes nog steeds? Hebben ze niet genoeg vrouwen die ze gewoon wijs kunnen maken dat je in een paar maanden tijd slapend rijk wordt in de prostitutie?’
‘Geen idee, maar niet zo lang geleden verdween de vijftienjarige dochter van een vriendin,’ zegt Velina. ‘Ze werd een week later in een dorp gevonden in een huis vol camera’s. Het meisje was klaar voor vertrek naar Nederland, al haar documenten waren in orde.’
‘Ik heb laatst gehoord dat de burgemeester van Sliven de eigenaar is van een bordeel en tegelijkertijd ook hoofd van de vrouwenopvang,’ zeg ik.
‘Echt waar?’ vraagt Velina. ‘Waar heb je die informatie vandaan?’
‘Van een agent van het politiekorps in Groningen. Ze hebben een samenwerkingsproject met de Bulgaarse politie en ze zijn daar een paar keer op bezoek geweest.’
Op dat moment komt de kapper me halen. Ik ben aan de beurt. In mijn ooghoek zie ik een pooiertype dat zenuwachtig rondloopt door de zaak.
‘Wanneer ben je eindelijk klaar?’ vraagt hij aan een knap meisje dat krullen in haar haar laat zetten.
‘Jij wilt toch dat ik mooi ben?’ antwoordt ze in het Bulgaars.
‘Ja, maar je bent al zo lang bezig. Mijn geduld is op. Je moet aan het werk.’
Even later is het meisje klaar. De pooier betaalt en ze vertrekken samen richting haar werkkamer.
‘En wat mag het worden?’ vraagt de kapper en kijkt me aan.
‘Gewoon even bijknippen. Niet te kort.’
‘Komt in orde.’ Hij begint mijn haar te kammen.
‘Interessante plek voor een kapperszaak,’ zeg ik tegen hem. ‘Je hebt vast geen standaardclientèle.’
‘Zeg dat wel. Hier komen de grootste mafketels. Hè, Dessi?’ vraagt hij aan een jonge meid die net plaatsgenomen heeft bij de andere kapper. Het meisje werpt hem een zuur glimlachje toe en zegt niets.
‘Dessi is een beetje verlegen, maar wacht maar tot ze loskomt,’ zegt hij. ‘Zij is een van de oudgedienden in de rosse buurt en ook nog een lekker wijf.’
‘Misschien vindt ze het niet prettig dat je zo over haar praat,’ zeg ik.
‘Waarom niet? Het is toch een heel normale baan?’
‘Misschien moeten we eerst aan haar vragen of ze het een normale baan vindt.’
‘Natuurlijk wel. Lekker geile seks en 35 euro voor tien minuten. Sommige van die gasten houden het niet eens tien minuten vol, hè Dessi?’
Het meisje zegt nog steeds niets.
‘Geef je geen antwoord dan?’ vraagt de kapper. ‘Mevrouw wil graag weten hoe je je werk vindt.’
Dessi opent opeens haar mond. ‘Ik doe het in elk geval niet voor mijn lol. Stomme vraag. Ik ken eigenlijk geen enkele vrouw die het voor de lol doet.’
‘Waarom stop je dan niet?’
‘En dan? Ik zou het best willen, maar wat moet ik dan doen?’ Ze kijkt mij aan.
‘Geen idee, er zijn hier vast wel hulporganisaties, maar ik ken ze niet,’ zeg ik. ‘Ik ken alleen een paar in Amsterdam die je helpen uitstappen.’
‘Ik wil in elk geval binnenkort een cursus Nederlands volgen. Dan zie ik het wel of ik ander werk kan vinden,’ zegt Dessi.
‘Ach, dat roepen jullie allemaal,’ reageert de kapper. ‘Maar als vrouwen stoppen, zie ik ze na een tijdje weer in de hoerenbuurt terug.’
‘Dat geloof ik wel,’ zegt Dessi. ‘Dit werk went en na een tijdje gaat het zelfs in je bloed zitten.’
Dessi draait zich opeens naar me toe: ‘Wat voor werk doe jij?’
Op de een of andere manier had ik die vraag verwacht. Sterker nog: ik heb me er op voorbereid. Ik had bedacht dat ik als juridische secretaresse werk en ik heb zelfs de naam van een advocatenkantoor opgezocht, voor het geval dat ze zouden doorvragen. Maar als puntje bij paaltje komt, lukt het me weer niet om te liegen. ‘Journalist,’ zeg ik.
De twee kijken me geschrokken aan. ‘Maar ik schrijf niet over de rosse buurt,’ zeg ik er even snel bij. ‘Ik werk vooral voor managementbladen.’
Velina heeft mijn blunder gehoord. Ik zie in mijn ooghoek dat ze een gebaar maakt alsof ze mijn keel doorsnijdt. Ik had haar van tevoren beloofd dat ik me niet al te netjes zou aankleden en dat ik mijn beroep niet zou verraden. Aan het eerste heb ik me gehouden, aan het tweede niet.
‘Zo, je bent klaar,’ zegt de kapper en geeft me een spiegel aan. Hij heeft zich aan onze afspraak gehouden en niet te veel van mijn haar afgeknipt. Ik reken af en loop samen met Velina naar buiten.
‘Dombo,’ zegt zij. ‘Waarom zei je nou wat je echte beroep is?’
‘Ik kan niet zo goed liegen, het spijt me.’
‘Je kan niet zo goed liegen! Het moet niet gekker worden.’
‘Ik heb toch gezegd dat ik niet over de rosse buurt schrijf? Daar moeten ze niets achter zoeken.’
‘Reken er maar op dat ze daar wel wat achter zoeken. Volgende keer krijg ik vast vragen over jou.’
‘Niet vertellen waar ik woon, hè?
‘Gelukkig kan ik wat beter liegen dan jij,’ zegt Velina. ‘Dombo,’ voegt ze er even subtiel aan toe.
Maria Genova, Vrouwen te koop, Conserve 2011

